De grootste gids naar slotenmaker Jette

De kunst en met hoofdhaar een kunstenaars werden in die dagen niet slechts via een ‘Maecenaten’, waaronder vele kooplieden -  handelaars zegt men thans -  gesteund maar tevens via het oppergezag in den lande krachtig aangemoedigd.

Bij overige ‘schoelapper’ Cornelis Florisz. en korendrager Jan een Vrijenden woonden in ons ‘stadstoren’ met een vest ofwel op een wal, waar zij voor niets huisvesting vonden. Welke wal kan zijn thans weggegraven en regio bezit gemaakt voor een wandelpad en een straat.

Dit deel over de Gasthuisstraat tot een Molstraat met een Koornmarkt behoorde tot het 9e kwartier. Soutendams wandeling begon op deze plaats bij brouwerij ‘De Clauw’ op een hoek van een toenmalige Gasthuissteeg, die later in een plateelbakkerij werden herschapen.

Gedeeltelijk tot woonhuis ingericht, had mr. Philips Davijn er zijn aardse tabernakel in opgeslagen. Wie deze was, kan ik niet zeggen, maar echt ons deftig Heer, die daar tijdelijk verbleef en vanwege zijne huishouding vier haardsteden behoefde.

Ofschoon dit stadsdeel gering opmerkelijks aanbood teneinde een aandacht aangaande een wandelaar te trekken, wens je daar op deze plaats nogmaals op te wijzen het in dat kwartier een kiem moet geraken gezocht aangaande een industrie, die zich van daar uit steeds meer en verdere ontwikkelende eindelijk ons vlucht nam, die met Delft, ook zodra voortbrengster van aardewerk, heinde en verre roem, verschafte.

hun dienst daar waar te nemen, waarvoor zij ieder daags ontvingen 7 stuivers, die wekelijks werden uitbetaald.

Een westzijde aangaande dit Vrouwjuttenland was met lieden betreffende alle mogelijke beurs bevolkt, waaronder een Lambrecht Cornelissen. Hij oefende dit moeilijke werkzaamheid uit betreffende ‘antycksnijder’, het zich vooral openbaarde Klik hier in het snijden betreffende beelden en figuren in hout, op bestaan ‘antijcks’, dat verlangen is zeggen tot het model ofwel voorbeeld der Ouden, wier werk en kunst men poogde na te streven.

Zoals met oudsher en overal, gaat een barbiers­winkel van mr. Jacob wel tegelijkertijd de plaats zijn geweest, waar de nieuwtjes en praatjes over een dag werden besproken en uitgebroed. Een ‘Handelsblad’ en een ‘Nieuws van de Dag’ (kranten uit 1882)

Met de zuidzijde betreffende de Achterzak had met ‘Mijnheeren’ (een burgemeesters) ons zekere Jeremias betreffende Huelen ons huisje gehuurd, waarin hij mits ‘coussebreyer’ een kost verdiende.

Juiste Bagijnhof genaderd staan wij een ogenblik stil vanwege een poort welke er een toegang toe geeft. Jammer, dat een allemaal vernielende invloed over de tijd en een werking met weer en wind gedurende enige eeuwen haar zo deerlijk beschikken over geteisterd. Verdere vervolgens 200 (

Bij dit ga naar aangaande de kwartiermeesters moest deze het dan ook de aangifte van dit reeks stookplaatsen aan zijn huisvrouw opdragen, daar deze zelf afwezig was.

Eindelijk vertoont zich in de gevel aangaande dit derde huis wegens de hoek een stralende zon en draagt het dan ook de naam ‘Inde Sonne’, onder die benaming dit in mijn jeugd (zeker omstreeks 1850) nog vertrouwd was.

Met een westzijde aangaande dit Noordeinde werden in 1600 vijf brouwerijen tot uw beschikking. Ze zullen echter spoedig dit lot aangaande zo veel anderen ondergaan en in een tijdsverloop aangaande veertig jaar alle zijn ‘uytgebrooo­ken’.

Bovendien een gracht opwandelende, betreffende het register mits trouwe gids, bespeuren we, het er ook een meester schilder woonde in een der aanzienlijkste huizen van die nabijheid, dat in overeenstemming met bestaan eigenaar vier haardsteden bevatte. Bestaan naam was Michiel Jansz en de deftige burger, die te midden aangaande werklieden en winkeliers deze huizinge bezat, was niemand anders dan een vermaarde ‘contrefeyter’ Mierevelt, iemand die dit portretteren met heel wat ‘groote Heeren ende Vorsten’ geen windeieren legde.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *